De Dikstaart Gerbil pagina
Pachyuromys
duprasi
Andere
namen: Duprasi Gerbil, Vetstaart Gerbil, Dikstaartmuis.
Deze
pagina bevat wat informatie over de dikstaartgerbil, de meest tamme van alle
gerbils. Ze bijten bijna nooit, proberen niet om te ontsnappen als u ze
hanteert en hebben een dikke, zachte vacht. Dikstaartgerbils zijn erg nieuw op
de huisdierenmarkt, daardoor is er nog maar weinig informatie over hoe deze
gerbilsoort als huisdier te houden te vinden. Daarom heb ik ook deze pagina
gemaakt. Heeft u nog informatie, opmerkingen, ervaringen, of nog iets
anders over de dikstaartgerbil? E-mail
me dan alstublieft!
| Uiterlijk |
Oorsprong | Voedsel |
| Huisvesting |
Gedrag | Voortplanting |
| Ontwikkeling Jongen | Geslachtsbepaling | Kleur Mutaties |
| Aanschaf |
Gezondheid | Mijn Dikstaartgerbils |
| Boeken | Links |
English Version |
De dikstaartgerbil
is een middelgrote gerbil met een lichaamslengte van ongeveer 10 cm en met een
staart van ongeveer 5 cm lang. Deze gerbil heeft een dikke, zachte, pluizige
vacht. De haren op de rug zijn geel gekleurd met een donkergrijze basis en een
kleine zwart puntje. De buik is helder wit. Dikstaartgerbils wegen ongeveer 40
gram. Hun lichaam is rond en wat afgeplat. Ze hebben geen duidelijke nek en een
scherp gezicht met grote ovale ogen. De oren van deze soort zitten laag wat de
gerbil een vosachtige kop geeft. De poten zijn kort voor een gerbil.
Dikstaartgerbil lijken wat op een hamster, maar anders dan een hamster heeft de
dikstaartgerbil een spitse snuit en een dikke, bijna kale, knuppelvormige
staart. Aan deze ongewone staart dankt deze gerbil ook zijn naam. De
dikstaartgerbil slaat voedsel (vet) en water op in zijn staart net zoals de
kameel dat doet in zijn bulten. Een gezonde dikstaartgerbil kunt u dan ook
herkennen aan een mooie ronde dikke staart. Dankzij hun staart zijn ze ook erg
makkelijk te onderscheiden van andere gerbilsoorten.
Dikstaartgerbils
komen oorspronkelijk uit de Noordelijke Sahara (Noordwestelijk Egypte, Libië,
Tunesië en Algerije). Daar leven ze in spaarzaam beplante zandvlakten of
rotsachtige woestijnen. Dikstaartgerbils leven in het wild in simpele holen van
ongeveer 1 meter diep in harde zandige grond. Ze kunnen ook holen van andere
soorten bewonen.
Dikstaartgerbils
zijn, wat hun puntige snuit al doet vermoeden, in het wild vooral insecteneters,
maar eten ook verschillende planten. In gevangenschap kunt u ze gewoon
knaagdiervoer geven, net zoals we dat aan Mongoolse gerbils en hamsters kunnen
geven. Ze houden erg veel van meelwormen, krekels, motten, en eigenlijk alle
andere insecten, zelfs kevers. Als u ze geen insecten wilt voeren kunt u ze ook
wat katten- of hondenbrokjes geven. Naast al dit kunt u ze ook wat groente en
fruit geven, zoals wortels, bloemkool, andijvie, appels, etc. Maar pas op dat u
niet te veel geeft, omdat dikstaart gerbil uit droge gebieden komen en hun
spijsverteringsstelsel is dus niet gewend aan voedsel met een hoog vochtgehalte.
Ze kunnen er diarree van krijgen als ze het te veel eten. Takken en twijgen zijn
rijk in vitaminen en erg geschikt naast hun basisvoer, vooral in de winter.
Daarnaast is het ook nog goed voor hun tanden, omdat deze tanden net zoals bij
alle knaagdieren hun hele leven blijven groeien en door knagen houden ze hun
tanden op de juiste lengte. Geef uw gerbils alleen takken van fruitbomen, wilg,
hazelaar, berk en de esdoorn.
Hooi
is ook erg goed voor uw dikstaartgerbils, omdat het veel vezels bevat. Daarnaast
is het een uitermate geschikt nest- en knaagmateriaal.
U
moet uw gerbils altijd vers water geven. Dit kan gedaan worden door ze een
drinkfles te geven. Een drinkbakje kan ook gegeven worden, maar plaats dit dan
wel op een hoge plek waar ze toch nog goed bij kunnen, omdat ze hun drinkbakje
anders bedekken met de bodembedekking tijdens het graven.
De
beste manier om dikstaartgerbils te huisvesten is in een glazen bak, zoals een
aquarium of terrarium. De maten moeten minstens 60x40 cm zijn voor 2-4 dikstaart
gerbils. Op de foto's hieronder ziet u de kooien die ik op dit moment voor mijn eigen
dikstaartgerbils gebruik. Dikstaartgerbils zijn dol op graven, dus moet u ze een dikke laag
bodembedekking geven. U kunt hiervoor houtschaafsel (houtkrullen) gebruiken,
maar gebruik geen Naaldhout of Ceder schaafsel, want veel knaagdieren kunnen er
allergisch op reageren en uw gerbils kunnen er ademhalingsproblemen door
krijgen. Dikstaartgerbils moeten ook regelmatig een zandbad nemen om hun vacht
vetvrij te houden. Daarom moet u ze een schaal met zand geven of zand als
bodembedekking gebruiken. Dikstaartgerbil maken altijd een nest en deze kan
zowel ondergrond in hun hol zijn als op de oppervlakte van hun bodembedekking of
in een huisje. Om uw dikstaart gerbils bezig te houden kunt u ze wat gerbil
speelgoed geven, zoals een looprad (wat ze bij mij erg leuk vinden).
Het
houden van een fokpaartje kan wat moeilijk zijn, maar het is geen probleem om
dikstaart gerbils in een mannen of vrouwen groep te huisvesten. Het is ook
mogelijk om een dikstaart gerbil alleen te houden, zoals bij de Syrische
(goud)hamster.
Doordat
de huisvesting van dikstaart gerbil erg vergelijkbaar is met de huisvesting van
de Mongoolse gerbil kunt u ook de Huisvesting
pagina en de Interieur
& Speelgoed pagina van De Mongoolse Gerbil Website te bezoeken.
In
het wild leven dikstaartgerbil solitair (alleen) en soms in een kleine groep
(moeder met jongen). In gevangenschap kunnen ze zowel solitair als met meerdere
bij elkaar gehouden worden. In het wild worden de dikstaart gerbil actief tijdens de schemering. In
gevangenschap lijken de dikstaartgerbils dagdieren te zijn, hoewel ze heel veel
slapen! Deze gerbilsoort is korte perioden actief tussen langere periodes van
slaap, en ze zijn erg diepe slapers. Ze gaan soms in een stadium dat lijkt op
een winterslaap, maar geen echte winterslaap is. Dikstaartgerbils zijn erg
handelbaar en zullen niet snel bijten. Wilde dikstaartgerbils die gevangen zijn
zouden met de blote hand uit de val gehaald kunnen worden zonder
gebeten te worden (hoewel ik dat zelf betwijfel). Wel moet erbij gezegd worden dat dikstaartgerbils soms wel
eens willen bijten, maar meestal dus niet. Wel kunnen ze bijten als je ze wakker
maakt terwijl ze liggen te slapen, net zoals de Syrische (goud)hamster dat doet.
Anders dan de meeste andere gerbilsoorten, is het mogelijk om
een dikstaartgerbil op de palm van uw hand te zetten waar ze dan gewoon zullen
blijven zitten, zonder interesse in de omgeving en zonder poging om te
ontsnappen. Ze lijken de nieuwsgierigheid zoals die van de Mongoolse gerbil niet
te hebben, maar meer gedrag vertonen dat meer vergelijkbaar is met die van een
Syrische hamster dan met die van een gerbil. Dikstaartgerbils zijn veel tijd
bezig met het verzorgen van hun vacht en het wassen van hun gezicht.
En ze vinden het zoals eerder verteld heerlijk om een zandbad te nemen.
Vrouwtjes
kunnen agressief zijn naar mannetjes, maar het is geen probleem om
dikstaartgerbils in mannen of vrouwen groepen te houden. Soms zullen ze vechten
of ruziën over sommige dingen, zoals bijvoorbeeld wie er gebruik mag maken van
het looprad. Als ze ruziën piepen ze erg luid en bijten ze in elkanders staart
(zie Gezondheid).
Ook kan het paringritueel van de dikstaartgerbil kan verward worden met vechten.
Mannelijke
dikstaartgerbils hebben, net zoals de meeste andere knaagdieren, een geurklier
op hun buik om hun territorium te markeren door zich uit te rekken en met
hun buik over de grond en spullen in hun verblijf te schuren. Hun geurmerken
zijn niet waarneembaar door mensen en er komt geen merkbare geur uit hun
verblijf, zoals bij hamsters en muizen.
Dikstaartgerbils
zijn geslachtsrijp als ze 2 maanden oud zijn, en in gevangenschap planten ze
zich het gehele jaar voort. De draagtijd van de dikstaart gerbil is 19 dagen. De
gemiddelde nestgrote is 3-6 jongen en de jongen stoppen met melk drinken op een
leeftijd van 3-4 weken.
Het
fokken van dikstaartgerbil in gevangenschap kan moeilijk zijn, doordat de
vrouwtjes heel agressief kunnen zijn als ze drachtig zijn of jongen zogen. Ze
zullen het mannetjes aanvallen en kunnen hem zelfs doden als hij niet apart
gehuisvest wordt nadat de paring plaats heeft gevonden. De kans dat een vrouwtje
dat gehuisvest is met een mannetje zwanger raakt is ook veel kleiner dan
bijvoorbeeld bij de Mongoolse gerbil. Zorg er in ieder geval voor dat het
vrouwtje zwanger raakt voordat ze 6 maanden oud is. Daarna is de kans klein dat
ze ooit nog zwanger raakt als ze dat daarvoor niet geweest is. Een bewezen methode om dikstaartgerbils te
fokken is door een mannetje en een vrouwtje in een relatief kleine bak te
plaatsen met niks erin dan de bodembedekking. Geen huisje, niks om mee te
spelen, geen voerbakje (u kunt het voer gewoon over de bodembedekking strooien).
Op deze manier is er helemaal niks voor de dieren om erover te vechten of ruziën.
Ze kunnen niet territoriaal worden door de kleine ruimte en doordat er geen
plekken zijn om te markeren. Met deze methode moet u het mannetje en het
vrouwtje voor een week bij elkaar houden. Daarna haalt u het paartje uit elkaar
en geeft u ze weer ieder een eigen volledig ingerichte kooi. Zeer waarschijnlijk
is het vrouwtje dan zwanger geraakt.
Het
paringsritueel van de dikstaartgerbil is enigszins ongewoon. Zowel het mannetje
als het vrouwtje staan op hun achterpoten en worstelen en maken piepgeluidjes.
Ze lijken elkaar nooit echt te bijten, maar het kan er wild aan toe gaan. Als
het vrouwtje niet ontvankelijk is en het mannetje geeft niet op, dan zal het
vrouwtje zich omkeren en de bodembedekking naar het mannetje schoppen.
Vrouwelijke dikstaartgerbils zullen het nest maken als ze zullen gaan bevallen
en zijn goede moeders. Het is het beste om het mannetje te verwijderen. Niet
omdat het mannetje voor problemen zal gaan zorgen, maar omdat het vrouwtje
gestresst raakt en het mannetje kan aanvallen.
Het beste is om minstens een maand (vanaf dat de jongen niet meer drinken bij de moeder) te wachten met het terugplaatsen van het mannetje bij het vrouwtje om opnieuw gedekt te worden. Dit om het vrouwtje wat rust te gunnen en te herstellen. De staart is een goede indicator of ze weer fit genoeg is om jongen te krijgen, ze moet weer een mooie dikke staart hebben.
| Pasgeboren jongen (een paar uur oud). | |
| 1 week oud. | |
| 2 weken oud. | |
| 3 weken oud. | |
| 4 weken oud. | |
|
Ze beginnen nu rond te lopen en te spelen. Ook eten ze nu vast voedsel. |
|
Het verschil tussen een mannelijke en een vrouwelijke dikstaartgerbil is net zoals bij andere kleine knaagdieren te zien aan de afstand tussen de geslachtsopening en de anus. Bij het mannetje is deze afstand veel groter dan bij het vrouwtje. Daarnaast zijn bij het mannetje de teelballen te zien. Bij vrouwtjes zijn deze natuurlijk afwezig. Rond een leeftijd van 2 weken (dan beginnen de buikharen te groeien) kunt u bij een vrouwtje kale plekjes op de buik zien, dit zijn de tepels. Bij mannetjes zijn deze plekjes niet te zien. Als de haren op de buik langer worden zijn deze plekjes niet meer te zien.
Hieronder kunt u foto's zien van een
mannelijke en een vrouwelijke dikstaartgerbil. Voor meer informatie over de
geslachtsbepaling van gerbils en foto's van een mannelijke en een vrouwelijke
Mongoolse gerbil (Meriones
unguiculatus
| Mannetje | Vrouwtje | Vrouwtje (2 weken) |
Bij mannetjes zijn geen kale plekjes te zien! |
Het
lijkt erop dat in Japan en op andere plaatsen misschien de grijs (g) of chinchilla (cch)
mutatie is opgetreden. Deze dikstaartgerbil is grijzer van kleur. Klik
hier voor een foto van zo’n grijzere dikstaartgerbil en een gewone van de Gerbil
Informatie Pagina.
Dikstaartgerbils zijn erg nieuw op de huisdierenmarkt en zijn daardoor nog niet op veel plaatsen verkrijgbaar. Ikzelf fok ook dikstaartgerbils en heb regelmatig een nestje! Klik hier om te kijken welke dikstaartgerbils bij mij te koop zijn.
Heel soms worden ze
ook in een dierenspeciaalzaak gevonden, maar de
meeste hebben geen dikstaartgerbils. U kunt ook op het internet, in kranten,
enzovoort zoeken voor advertenties over dikstaartgerbils. En natuurlijk kunt u
ook zelf ergens een advertentie plaatsen. Ook kunt u contact opnemen met
verenigingen voor knaagdieren of exotische (zoog)dieren.
Om algemeen te zien of het diertje gezond is (bijvoorbeeld bij aankoop) kunt u de volgende punten aanhouden: een gezonde dikstaartgerbil kijkt helder uit zijn ogen, is levendig, heeft een zachte vacht. Het achterste is droog en schoon. Een zieke dikstaartgerbil zit vrijwel altijd in elkaar gedoken en is niet levendig.
Voorkomen is beter dan genezen, zeker voor kleine
knaagdieren, zoals dikstaartgerbils. Het is namelijk niet altijd eenvoudig om
een zieke dikstaartgerbil te genezen. Dikstaartgerbils zijn zo klein dat zelfs een dierenarts niet
altijd weet hoe hij het diertje moet behandelen. Ga daarom bij voorkeur naar een
dierenarts die ervaring heeft met bijzondere huisdieren, zoals knaagdieren. Voor
een dikstaartgerbil is zelfs een kleine verkoudheid al levensgevaarlijk en kan
het diertje fataal worden. De grootste gevaren die er voor uw dikstaartgerbil op de loer
liggen zijn dan ook tocht en vocht. Maar ook een te hoge temperatuur, verkeerd
of bedorven voedsel en stress zijn leiden vaak tot problemen.
Bij dikstaartgerbils is nog niet veel bekend over de bij deze dieren voorkomende ziekten, doordat dit diertje nog niet zo heel lang en vaak als huisdier gehouden word. Maar bij kleine knaagdieren komen over het algemeen dezelfde ziekten en gebreken voor, dus daarom kunt u voor meer informatie kijken bij de Gezondheid & Ziekte pagina van De Mongoolse Gerbil Website kijken.
Een aandoening die men relatief vaak bij dikstaartgerbils ziet zijn bijtwonden in de staart. Vechtende dikstaartgerbils proberen elkaar namelijk in de staart te bijten.
Ik
ben begonnen met twee dikstaartgerbils. Deze twee
(een broer en zus)
zijn geboren op 14 september 2003 en ik heb ze op 28 oktober 2003
gekocht bij Iris Buikema van Woestijnratjes.nl
uit Utrecht (zie rechterfoto). Maar omdat ik
met ze wilde fokken en geen inteelt wilde moest ik op zoek naar andere
dikstaartgerbils. Deze heb ik gevonden bij Bart
Spijkhoven uit Alphen (Noord-Brabant). Daar heb ik nog 1 vrouwtje en 2 mannetjes gekocht,
allemaal uit 1 nestje. Deze zijn zeer waarschijnlijk geboren begin November 2003
en ik heb ze bij hem gekocht op 28 december 2003.
De eerste jongen van mijn eerste vrouwtje werden geboren op 2 maart 2004. Ook mijn tweede vrouwtje heeft haar eerste nestje ondertussen gekregen op 7 maart 2004. Fokken met dikstaartgerbils doe ik niet meer, maar op dit moment heb ik nog wel 6 dikstaartgerbils (3 vrouwtjes en 3 mannetjes).
Doordat deze gerbilsoort nog maar erg nieuw is op de huisdierenmarkt is er nog niet veel informatie over te vinden. Hieronder een paar boeken waar u wat informatie over de dikstaartgerbil kunt vinden.
|
Geïllustreerde
Konijnen & Knaagdieren encyclopedie (Rebo Productions). Geschreven
door: Esther Verhoef-Verhallen. ISBN
90-3661-078-8 Konijnen
en knaagdieren zijn bijzonder populaire huisdieren.
In deze encyclopedie vindt u alle informatie over bekende en minder
bekende konijnen en knaagdieren. Besproken worden onder anderen de
huisvesting, verzorging en voeding van gerbils (dikstaartgerbil, Mongoolse
gerbil,
shawi gerbil en de bleke gerbil), muizen, ratten,
hamsters, degoes, konijnen, cavia's, chinchilla's en fretten. Ook de
specifieke eigenschappen van deze diersoorten worden uitvoerig belicht.
De Konijnen en Knaagdieren encyclopedie is een onmisbare vraagbaak voor
alle knaagdierenliefhebbers. |
|
Knaagdieren
Encyclopedie (Over Dieren-serie). Geschreven
door: Rob Dekker. ISBN
90-5821-045-6 Dit
boek is encyclopedie waarin vrijwel alle knaagdieren, waaronder de
dikstaartgerbil en nog 16 andere gerbilsoorten, bijeengebracht zijn die u in levende lijve kunt
aantreffen in dierentuinen, dierenspeciaalzaken en bij liefhebbers
thuis. Overzichtelijk gerangschikt op basis van de verschillende
superfamilies, families en onderfamilies. Van meer dan 100 knagers zijn
gegevens verzameld over afmetingen, gewicht, herkomst, voedsel, biotoop,
voortplanting en nog veel meer. Bij vrijwel elk dier treft u ook een
foto aan. |
Gerbil
Shows UK - Pachyorumys Duprasi - door Eddie Cope.
Gerbil
Information Page - Fat-Tailed Gerbil (Duprasi) – door Karin van Veen.
National
Gerbil Society - Fat-Tailed Gerbil.
Duprasi
FAQ - door Lewis Stead.
Critter Collection: Duprasi. (Engels)
R-Zu-2-U - Duprasi. (Engels)
Duprasi Care. (Engels)
Fat-tailed Gerbil or Duprasi. (Engels)
Duprasi Caresheet. (Engels)
Duprasi - door Nikki Jolliffe. (Engels)
Fat Tailed Gerbils - door Michael L.Emerson. (Engels)
GerbilConnection - door Iris Buikema. (Nederlands)
Interessengemeinschaft Renmäuse - Die Dick- oder Fettschwanzmaus (Pachyuromys duprasi). (Duits)
Exotische Nager - Fettschwanz Rennmaus. (Duits)
Zoo Zity - Pasning og fodringsvejledning til Fedthale mus. (Deens)
Duprasin hoito-ohje. (Fins)
ПЕСЧАНКА ЖИРНОХВОСТАЯ (Pachyuromys duprasi). (Russisch)
Fat-tailed Gerbil. (Japans)
The Fat-Tailed Gerbil Page (Engelse versie van deze pagina) – door Peter Maas.
The Mongolian Gerbil Website Forum - Fat-Tailed Gerbils (Pachyuromys duprasi). (Engels)
GerbilConnection Forum - De dikstaartgerbil. (Nederlands)
Als
u deze pagina buiten de website van De Mongoolse Gerbil Website (met frames)
bezoekt kunt u hier
klikken om de hele website te bezoeken.
Al
het materiaal op deze internetsite valt onder het copyright recht. Alle rechten
zijn voorbehouden aan De Mongoolse Gerbil
Website. Niets mag derhalve worden
gereproduceerd hetzij op papier, hetzij op het internet. Wil je foto’s en/of
tekst gebruiken voor ander gebruik dan strikt privé, neem dan contact op om de
voorwaarden voor gebruik te bespreken. Peter
Maas.
Laatst gewijzigd op: 15 juni 2006.
Deze pagina is een onderdeel van De Mongoolse Gerbil Website. © 2006.